zondag 27 juli 2008

El Nacho en ik*




Breaking news: de verdwenen kruimeldief is boven water! De twee bijziende studentjes hebben hem meer dan een halfuur lang over het hoofd gezien. En dat terwijl hij toch gewoon tussen het wasgoed lag, tegenover de deur van de badkamer! Logisch toch, zou Cruijff zeggen.

Vandaag heb ik de video's van mijn optredens in de prinsentuin en in het duister voor het eerst bekeken. Viel niet tegen, moet ik zeggen. Vooral de galm in het steegje achter het provinciehuis vond ik erg geestig. Foto en videomateriaal van die gebeurtenissen publiceer ik later nog op deze plaats.

Vanmiddag ben ik in de verterende hitte rond mijn geliefde Paterswoldsemeer gefietst. 22,5 kilometertjes en dat bij 30 graden. Ik heb er, in alle eerlijkheid, wel 2 uur over gedaan. In het gras onder de molen was het goed toeven en eindelijk was het meer weer eens gezellig bekleed met bootjes en andere waterpret. Groningers die een dagje uit zijn met kind of vriendin, desnoods beide, hoe mooi wil je het hebben. Niets lekkerder dan daar tussendoor fietsen met DJ Shah's Magic Island in je oren en een mooi zonnetje op je helm.

Vanavond kwam opa op bezoek voor ons wekelijke McDonalds-moment. Een foutje van de dienstdoende McDrive raamchick leverde mij uiteindelijk een extra burgertje en een tweede McFlurry ijsje op, die Cornetto/Bosvruchten smaak is trouwens wel extreem lekker. Niet verkeerd bij deze temperaturen. Alleen die berg afval die je eraan overhoudt....Mijn WNF-hart zegt dat dat niet door de beugel kan. Dan maar bij wijze van protest-statement een foto ervan publiceren op het WWW.

De laatste touretappe was ook mooi, Gertje Steegmans als winnaar op de Champs Elysées, wie had dat gedacht? Nou ik, om eerlijk te zijn! En dat levert mooi wat puntjes op in de tourtoto die ik vorig jaar nog won, maar dit jaar zeker niet. Waar zijn de Ricco's en andere Contadors als je ze nodig hebt, om die weergaloze José de Cauwer maar even vrij te citeren. Morgen gaan wij, dat wil zeggen, de Chef, de Goeroe en ondergetekende (ook wel de Muur en zelfs vaak Gertje genoemd) tennissen, bowlen, de nieuwe Batman zien en ook nog een potje Wii'en onder het genot van een vette hap van Ab, en dat bij 32 graden Celsius. Tussen 13.00 en 01.00 ben ik onder de pannen. Life's good!

Op lyrisch gebied heb ik vandaag niets noemenswaardigs voortgebracht. Om nog even in zon-meer-water-stemming te blijven, volgt hier mijn eerder genoemde gedicht 'geen Paterswoldsemeer'. Adios!

P.S Het sterretje in de titel van dit bericht herinnert mij aan het feit dat ik nog even moet zeggen dat die kreet een 'kind of' kapitalistische interpretatie van de titel van één van de boeken van Frank Westerman is, en dat terwijl ik vandaag juist een mooi CCCP-jasje van paps en mams heb gekregen. Tikkeltje te warm voor dit weer, maar ik zal er ongetwijfeld nog veel in te zien zijn.

Geen Paterswoldsemeer

Ging weg om te kijken of ik

niet onverhoopt ergens zou

blijken te zijn. Om niets meer

te missen en nooit te vergeten


wat niemand kan weten, en

altijd te waken waar zij niet

kan zijn.

*

Bedenk eens, zegt ze

wat zou gebeuren als leven

zou drijven, zichzelf zou


schrijven, alles nat

zou zijn, en niets in de genen

nog een dag kon verwijzen

naar gitzwarte tijden.


Je plonst je tragisch hart in een

kartonnen doos en lacht ernaar.

*

Daar ligt de deur in duizend

stukken. De klink is er een

om te bewaren, een boot


om weg te varen. Ze schrijft

een zin, ze weet dat dit een tijd

van ogenblikken was. Ze tekent


vingervette krasjes op de glazen,

bekijkt het vuil van woorden

blaast gebroken kinderjaren glad.

*

Spoken, zucht ze, kun je niet

ontvluchten. Ze vallen altijd

op hun pootjes, keren vroeg

of laat weer terug.


Beelden vervliegen:

ze vullen oogleden met water.

*

Nu zijn we zoveel later.

Onder zwijgende plassen

diepe gronden gevonden.


Klunzen laat haar Siberisch

ze werpt een touw en

bergt mijn adem op.

*

Zoveel dagen is het nu

geleden, dat ik niet meer

weet hoe lang we liepen

langs het water, zonnen

boven later zagen zinken.

*

Omhels de mast, spring

het koele duister tegemoet.

Stel je voor, zegt ze

dat het verleden water

was. Je zou het kunnen

zuiveren en drinken.

Het mysterie van de verdwenen kruimeldief


De titel van dit blogje klinkt als een mooi Hercule Poirotje, ontsproten aan het meesterbrein van Agatha Christie. In werkelijkheid gebeurde het allemaal gisteravond, in het appartement van mijn goede vriend Danny. Na een heerlijke maaltijd van Panga-filet (de Tilapia is na allerlei zorgwekkende berichten eventjes op non-actief gesteld), rozemarijn-aardappeltjes en worteltjes uit een zakje, hadden we net goed en wel onze schaaltjes met bosvruchtenijs gevuld, toen ik op de vloer glasscherven zag schitteren. Er bleek een fotolijstje uit de vensterbank te zijn gevallen en de verwarming had gezorgd voor een versplinterend effect. Kortom, een behoorlijke ravage. Vreemd genoeg lag de lijst zelf, en het kartonnen materiaal dat er achter hoort te zitten in een natuurkundig onmogelijke positie op het wasrek van die beste Danny. Hier klopte iets niet! We filosofeerden een tijdje en kwamen tot de conclusie dat er iemand binnen moest zijn geweest gedurende zijn vakantie. Niet zo vreemd op zich, maar toch wel vervelend als je bedenkt dat niemand behalve hij de sleutel heeft. We kwamen er niet uit. Dan maar de kruimeldief pakken om de scherven op te zuigen. Waar ligt dat ding toch? Zo'n gifgroen zuigmonster is redelijk moeilijk over het hoofd te zien. Maar hoe we ook zochten (het was inmiddels na enen) we vonden niets, behalve de oplader van het ding.

Opeens hoorden we overal stemmen, voetstappen en zagen we verdachte schijnsels door het raam. Hier was wel degelijk iemand binnen geweest, maar de vraag blijft toch "wie steelt er in vredesnaam een kruimeldief?". Mijn flauwe ikje zei toch meteen dat dat wel een kruimeldief moest zijn geweest, maar dan wel een hele domme. Wie steelt er nou zo'n apparaat en laat de lader liggen? Schoot me spontaan die flauwe mop van vroeger weer te binnen: "Komt een man bij Blokker. De winkelbediende ziet hem plots met een pan de deur uit lopen. Op het moment dat hij staande wordt gehouden antwoordt de man "dit is toch een steelpan".
Ik ga vandaag mijn vergrootglas opzoeken en proberen als een echte Hercule dit mysterie op te lossen.

vrijdag 25 juli 2008

Duister manneke


Gisteren heb ik me voorgenomen om toch eindelijk eens echt te gaan publiceren op dit blogje. Ieder schrijvertje dat zich bezighoudt met 'gedichtendinges' moet toch in ieder geval de moeite nemen om (te proberen) een weblog bij te houden. De term 'gedichtendinges' is voor de goede orde niet aan het brein van ondergetekende ontsproten, maar voortgekomen uit een sarcastische opmerking van een ongeletterd soort-van-exje van ondergetekende.

To the point nu: ik had de eer om gistermiddag op te mogen treden in de loofgangen van de Prinsentuin in Groningen, tijdens de 11e editie van het festival 'Dichters in de Prinsentuin'. Drie kwartier lang heb ik mijn jongste werk van tussen het gebladerte geschreeuwd, tot het keeltje schor werd en de oren moe van eigen geneuzel. De avond bracht ik door in een steegje achter het provinciehuis in Groningen, in gezelschap van niemand minder dan Karel ten Haaf. Dit in het kader van 'dichters in het duister', een poetische rondwandeling door de donkerste hoekjes van Grunn, waar zomaar ineens dichters uit konden opduiken. Mijn act bestond uit de gedichten 'Nachtmerrie' (vrij toepasselijk duister surrealisme en keurig op het laatste moment uitgekozen), 'Ribbedebie' (Aaaantwerps voor foetsie, en met mijn spjaakgebjek vjij moeilijk uit te spjeken) en tenslotte 'Geen Paterswoldsemeer', een duister of juist hoopvol gedicht over het loslaten van pijnlijke verledens, als een sprong in donker water.

Karel bracht daarna een aantal van zijn korte pareltjes ten gehore, waarvan 'Zonder Piemel' ongetwijfeld het meest opvallend was. Persoonlijk heb ik me kostelijk vermaakt en ik twijfel er niet aan dat Salvador Dalì deze schitterende situatie treffend zou hebben geschilderd; een mager breedsprakig manneke met pet en een brilletje, daarnaast een kale reus die korte verzen voordroeg. Mijn verzen galmden maar door tussen de muren, maar volgens mij kwamen ze goed over, en daar gaat het om, toch? Misschien toch niet voor niets dat Ellen Deckwitz me ooit 'meester der epiek' noemde. Die zes minuten die de organisatie ons had toebedeeld bleken tot drie keer toe ruim onvoldoende. Weten zij veel, dat steegje was lekker helemaal van ons. Ook bijzonder trots ben ik op deze foto die Jan Glas van me maakte. Zelden zo stoer en toch triestig op een foto gestaan. Het is allemaal net echt tegenwoordig!

Nachtmerrie

Help maak me wakker want de wereld gaat

branden, ergens moeten dan de lachmachines

wachten hoewel ik ze niet hoor. Een vent staat

te zwaaien maar de grap valt verkeerd. Het is

vroeger en nu tegelijk, en het huis van oma


staat blauw van herkenning te wachten. Zwaar

stenen blok met glazen trappenhuizen goudgele

balkons en in kelders hoor je minder van het

kermen. Ik keer me even om en merk nog net

het springen van die kerel op. Geen paniek


niemand laat stoppen doorslaan. Ik probeer

zijn resten weg te denken maar wat zich tekent

voor mijn ogen is veel erger. Hij vult de groeven

van de fysica, stuurt voor de rest van zijn dagen

dat wil zeggen vandaag, de rest van mijn adem


naar de poort van de hel. Als je thuiskomt,

aardappels jast en je ziet met schillen beelden

door het putje spoelen, iemand die op een dak

staat te loeien. Hij trekt aan een koord, sleurt

met zijn sprong een propeller naar boven. Zijn


dak wordt niet goed. De doden hebben hun

knokkels verbonden, blokken verpletterd, met

het graf van de wanden jeugd weggedragen. Wij

hebben voor morgen met messen het web stuk

gemaakt, misschien mag ik straks wel gaan slapen.