
Vorige week hadden we
clubkampioenschappen bij mijn tenniscluppie
Veracket. Altijd leuk, omdat je dan in vier dagen zoveel mogelijk wedstrijden speelt en in de meest onwaarschijnlijke opstellingen tegen elkaar uitkomt. Het gaat niet om de punten maar wel om de lol. Ik ben er zo druk mee geweest (en met studeren voor mijn tentamen van morgen nog drukker) dat Waterlanders er een beetje bij in is geschoten. Herendubbelen deed ik met partner in crime Danny 'le Chef' T.. In de eerste ronde maakten we vakkundig gehakt van twee mindere goden. Een zesnulzesnulletje tikt altijd lekker aan voor het ego. Rond de noene van vrijdag traden we in het strijdperk tegen Sjoerd en Jelmer. Bloedfanatiek. En terecht, want we gingen lekker. Eerste setje pakten we met 7-5. Tweede setje lieten we nog steeds (voor ons doen) geweldig tennis zien, tot 5-3. Er gebeurde iets, ik weet werkelijk niet meer wat. Het werd ineens 6-6 en een tie-break was onvermijdelijk. Bij Landkroon sloeg de frustratie toe.
We verneukten de tie-break (ik weet er echt geen ander passend woord voor) en kwamen in de derde set meteen dik achter te staan. Er vlogen rackets door de lucht, iemand stak zijn hoofd onder de koude kraan, er werd gevloekt en heilige messiassen werden aangeroepen. Het hielp niet, we waren het kwijt. 6-2 verloren die derde set. Na bijna drie uur tennis. Wat een ellende. En 's avond zou ik nog een mix-partij met Marjolein moeten spelen, dat beloofde wat.....
Hoewel ik de sportiviteit hoog in het vaandel heb, kon er geen glimlachje af. Ik heb plichtmatig gefeliciteerd, ben ziedend weggebeend en zwaar tierend naar huis gereden. Daar vond ik troost bij mij moesje met koek en zopie. Even onder de koude douche, dat helpt. Ik ging achter mijn computer zitten, opende mijn e-mail en las daar het beste nieuws in tijden. Wat? Zeg ik niet! Echt niet? Nee echt niet! Een paar uur later ging ik terug naar de ACLO voor het gemengd dubbel, een partij waarvan ik dacht dat we hem kansloos op onze falie zouden krijgen. Tot mijn verrassing was het goede spel terug en wisten we zowaar een set te winnen. Uitiendelijk bleken we net niet goed genoeg maar de eer was gered en het werd toch nog een gezellige avond.
Gisteren één dagje rust gehad en vanmorgen alweer met frisse tegenzin begonnen aan een echt toernooi om de KNLTB-puntjes; het TAM open. Ik moest enkelen tegen een TAMmer die om half twaalf met spleetoogjes en een fikse kater ten tonele verscheen. Roeland, een authentieke TAMmer dus. Ik heb het niet zo op die lieden, en vaak komt dat mijn spel ten goede. Na het aftikken van de inschrijf-Euri bij de wedstrijdleiding konden we (de ene wat frisser dan de andere) de baan op. Ik kreeg een toernooi-shirtje uitgereikt, in de kleur kanariegeel. Het bijbehorende toernooi-tasje bleek rijkelijk gevuld met leuke goodies. Zo ben ik sinds vandaag de trotse bezitter van een Bavaria-petje (denk maar niet dat ik reclame ga maken voor dat vieze bocht), een heuse Bjorn Borg-bidon, een exemplaar van de Cosmopolitan, de KIJK, een heuse Viva, een Playboy en een condoom om het af te maken. Of die laatste twee producten nou iets met elkaar te maken hebben weet ik eerlijk gezegd niet. Zo'n centerfold kun je toch niet via het papier zwanger maken, lijkt me.
Anyway, Roeland begon niet zo best en ik had al snel de eerste set binnen. Het heerschap had inmiddels al met termen als "HOERRR" en "Verdomme" gestrooid. Ik was zo rustig als een Tibetaan in meditatie, wat ook wel eens anders is geweest. TAMmers tot wanhoop drijven, daar blijk ik altijd redelijk goed in. Ondertussen was het op de baan verzengend heet. De tweede set ging wat moeilijker. Ondanks het witte petje trad er wat oververhitting op. Ik kwam 3-0 achter maar wist de partij toch nog met 7-5 binnen te slepen tot ontzetting van Razende Roeland. Hij was boos. Behoorlijk boos. Er werd een balletje over het hekwerk gejast en een drankje hoefde hij ook al niet na afloop. Ik liep breed lachend naar huis. Morgenavond weer een potje.